Doctoraat Fanny Douvere "Marine Spatial Planning: Concepts, current practice and linkages to other management approaches"
Op woensdag 26 mei 2010 behaalde Fanny Douvere, onder het promotorschap van Prof. Dr. F. Maes, haar doctoraat in de Politieke Wetenschappen met titel " Marine Spatial Planning: concepts, current practices and linkages to other management approaches" na een succesvolle mondelinge verdediging. De co-promotor was Hendrik Vos.
Conferences held in September 2010
In september 2010 worden twee conferenties georganiseerd door de Vakgroep Internationaal Publiekrecht in samenwerking met de Vakgroep Publiekrecht in kader van het Centrum voor Milieu en Energierecht.
20-22 September 2010: EU-CHINA Conference on Environmental Law
Link: http://www.euchinaconference2010.be/
13-17 September 2010: Eight Annual Colloquium 'Linkages between Biodiversity and Climate Change'
Link: http://www.iucnael.org/
Verhuis van de Vakgroep
Vanaf 1 september 2009 bevindt de Vakgroep Internationaal Publiekrecht zich in de Volderstraat 3 (gelijkvloers).
Het postadres blijft Universiteitstraat 4.
Adaption to climate change: legal challenges for protected areas
An Cliquet, Department of Public International Law, Ghent University, Ghent (Belgium)
Chris Backes, Department of Public Law, Maastricht University, Maastricht (the Netherlands)
Jim Harris, Department of Natural Resources, School of Applied Sciences, Cranfield University, Cranfield (UK)
Peter Howsam, Department of Natural Resources, School of Applied Sciences, Cranfield University, Cranfield (UK)
Abstract
Climate change will cause further loss of biodiversity. As negative effects are already taking place, adaptive measures are required to protect biodiversity from the effects of climate change. The EU policy on climate change and biodiversity aims at improving a coherent ecological network in order to have more resilient ecosystems and to provide for connectivity outside core areas. The existing legal framework, the Birds and Habitats Directives, can enable adaptive approaches, by establishing and managing the Natura 2000 network and providing for connectivity measures. However, policy and law so far have mainly been aimed at conserving the status quo of habitats and species within core areas. The question is whether a legal requirement to protect certain species in certain places makes sense when species and even ecosystems are migrating due to climate change. Instead, efforts must be increased to protect ecosystem functions, goods and services from the negative effects of climate change, and to facilitate the ecological restoration of new areas. Even more effort is needed for the implementation of connectivity. If existing legislation proves too weak to face these challenges, a new ‘Ecosystem Framework Directive’ might provide the necessary legal impetus.
Keywords
nature conservation; adaptation; climate change; Birds Directive; Habitats Directive; Ecosystem Framework Directive
Full article : http://www.utrechtlawreview.org/publish/articles/000098/article.pdf
The Concept of Ecological debt: its Meaning and Applicability in International Policy

Paredis, E., Goeminne, G., Vanhove, W., Maes, F; Lambrecht, J., The Concept of Ecological debt: its Meaning and Applicability in International Policy, Academia press, Gent, 2008, 288 p.
bestel het boek http://www.academiapress.be/homeAP2.asp
The concept of ecological debt was coined by Southern NGO's at the beginning of the nineties. It usually refers to the ecological damage caused by industrialized countries in Southern countries and/or to the use of ecosystems and ecosystem services at the expense of Southern countries. Currently, several NGO networks from North and South are campaigning for the recognition of ecological debt. On Belgian level, the concept made its way into the first Federal plan for Sustainable Development 2001-2004. Between July 2003 and June 2004, several departments of Ghent University (the Centre for Sustainable Development/CDO, the Department of International Public Law, the Department of Plant Production) in collaboration with the NGO Flemish Platform for Sustainable Development (VODO), carried out a research project on ecological debt. The book aims at clarifying the concept of ecological debt (definition, methodology, frame of reference) and its relevance and applicability in Belgian and international policy. For these last subjects the research focuses on the fields of energy and climate change, agriculture and food supply, and integration in multilateral environmental agreements.
Moderne piraten: professioneel agressief
Onderstaand artikel verscheen in het januarinummer 2009 van het magazine 'Universiteit Gent' (tekst: Stéphanie Poelman, beeld: Toon Coussement)
Wie aan piraten denkt, ziet voor zich een zeeman met houten been, obligaat ooglapje en liefst ook nog een papegaai op de schouder. Maar volgens professor Zeerecht Eduard Somers klopt dat beeld al lang niet meer.
Niet alleen zijn er verschillende haarden van piraten, ze hebben ook hun eigen modus operandi. 'Piraterij is steeds meer een kwestie van goede organisatie.'
Piraterij is niet alleen een tot de verbeelding sprekende activiteit, Somalische piraten bewijzen ook hoe lucratief het kan zijn.
'Maar niet alle piraten zijn zo goed georganiseerd als zij', vertelt Eduard Somers. 'Hoewel de Indonesische archipel en de Zuid-Chinese Zee, net zoals de westkust van Afrika, van oudsher een broeihaard van piraterij zijn, pakten ze het daar heel lang nogal amateuristisch aan.'
'De piraten waren vooral arme mensen die wat geld wilden bijverdienen door schepen te overvallen. Van een echte organisatie was dan ook geen sprake en meestal gingen die aanvallen ook niet gepaard met extreem geweld. Maar sinds een jaar of vijf probeert de georganiseerde misdaad voet aan wal te krijgen in de piraterij en neemt de professionaliteit van de piraten toe.'
De goed georganiseerde piraterij aan de oostkust van Afrika, vooral ter hoogte van Somalië, staat daarmee in schril contrast. Volgens Eduard Somers werken de piraten er meestal vanop een soort moederschip dat een heel eind uit de kust ligt. Met moderne apparatuur lokaliseren zij voorbijvarende koopvaardijschepen en kiezen ze hun prooien uit.
'Maar in die regio zijn er gemiddeld 16.000 scheepsbewegingen per jaar, dus veel moeite hoeven ze daar niet voor te doen', schetst de piratenkenner. Daardoor kunnen piraten schepen uitzoeken waar bijna zo goed als zeker iets te rapen valt.
De top drie van meest overvallen schepen bestaat uit containerschepen, bulk carriers en general cargo-schepen. Op de eerste en laatste is immers altijd iets waardevols te vinden. Bulk carriers
zijn dan weer zeer logge schepen, die niet snel kunnen manoeuvreren en dus niet kunnen vluchten voor de speedboten van de piraten. Bovendien zijn op die schepen vaak ook grote sommen geld aanwezig. Maar ook tankers, sleepboten en vissersboten vallen bij moderne piraten in de smaak.
Hoewel piraten vroeger in eerste instantie op een snelle buit uit waren, komt het tegenwoordig steeds meer voor dat ze het hele schip, bemanning incluis, op sleeptouw nemen. Die trachten ze dan te ruilen voor losgeld.
Absolute hoogtepunt de voorbije maanden was ongetwijfeld de kaping van de supertanker Sirius Star. Dat de kaping 450 mijl buiten de kust gebeurde, is niet alleen zeer ongebruikelijk, maar droeg ook bij tot de spektakelwaarde ervan. 'Bovendien is die tanker volgeladen met olie en schat men de waarde van die lading op 100 miljoen dollar. Over zo’n bedrag kan je al eens onderhandelen, natuurlijk.'
Geweldloos geweld
Toch is de Afrikaanse oostkust geen traditioneel piratengebied. Volgens Eduard Somers hangt de recente opstoot ervan samen met het uiteenvallen van de Somalische staat.

Waar vroeger een aantal islamitische milities de piraterij binnen de perken hielden, is de macht vandaag hoofdzakelijk in handen van krijgsheren die de zeeroverij ten volle uitbuiten. Zij werven de piraten, vaak goede zeemannen, leveren hen wapens en eisen na een kaping een deel van de buit op om zo hun machtspositie binnen de Somalische samenleving te versterken.
'Dat die krijgsheren hun werkterrein naar zee verleggen, is louter een gevolg van het feit dat er op het land niets meer te rapen valt. Bovendien is de piraterij ook een vrij gemakkelijke job: koopvaardijschepen zijn maar zelden bewapend en in de meeste gevallen zal de bemanning zich niet verzetten. Sterker nog, van de rederij krijgt die meestal de opdracht zich zonder al te veel verzet over te geven.'

Dat de bemanning die orders opvolgt, is niet zo verwonderlijk. Verzetten opvarenden zich, dan lopen ze immers het risico om dat met hun leven te bekopen. Jaarlijks vallen op die manier nog steeds zo’n tien à twintig doden. Ondernemen ze geen actie, dan nemen de piraten hen in het slechtste geval mee als onderhandelingswaar. Maar de bemanning weet dat hun rederij dan altijd het losgeld zal betalen.
Ook dat is een verschil tussen de professionele, Afrikaanse piraten en hun meer traditionele Aziatische collega’s: de Somalische soldaten stellen zich, ondanks hun grote wapenarsenaal, vrij geweldloos op.
'De mate waarin piraten geweld gebruiken is zeer onvoorspelbaar', vertelt Eduard Somers. 'Begin 21e eeuw gebruikten piraten vrij weinig geweld, maar plots stelden zij zich wel gewelddadig op.'
'Waarom dat agressieve gedrag plots piekte, weet niemand. Dat valt niet te verklaren. Nu is dat geweld opnieuw teruggevallen en blijft het relatief beperkt. Bij de Somalische piraten is dat logisch omdat zij er vooral op uit zijn om het schip, de lading en de bemanning als onderhandelingswaar te gebruiken. Sparen zij die niet, dan slachten ze eigenlijk de kip met de gouden eieren. De meer amateuristische piraten uit bijvoorbeeld Indonesië maken nog gebruik van messen in plaats van oorlogsmunitie. Zij hebben veel minder te verliezen en willen nadat ze het geld in handen hebben, het schip zo snel mogelijk verlaten. Bij hen gebeurt het vaker dat een weerspannig bemanningslid dat met zijn leven moet bekopen.'
Winstgevende bezigheid
Dat piraterij loont, bewijzen de cijfers. Want niet alleen ontvingen de piraten ondertussen al tientallen miljoenen dollar losgeld, ze hebben ook al tussen de 500 miljoen en ettelijke miljarden dollar schade toegebracht aan de economie.
Concrete cijfers daarover bestaan niet, omdat rederijen er geen belang bij hebben die openbaar te maken. Hun schepen vervoeren immers niet hun eigen goederen, maar die van hun klanten.
Die laatste zijn er dan weer niet happig op om bekend te maken hoe groot het verlies is dat zij geleden hebben. Zelfs tijdens een piratenactie halen commerciële belangen dus de bovenhand. Toch nemen de meeste rederijen een aantal praktische maatregelen om aanvallen af te wenden.
Een veelgebruikte truc volgens Somers is elektrische bedrading rond de reling van een schip hangen. 'Als de piraten dan naar boven klimmen en die draad vastnemen, liggen ze zeer snel terug in het water', lacht hij. Daarnaast plaatst men ook vaak dummy’s op het dek om de illusie te wekken dat er veel meer volk aan boord is dan in feite het geval is.
Volgens Somers zullen er in de toekomst nog meer van die maatregelen volgen onder druk van de verzekeringsmaatschappijen. 'Zij zijn niet blij met het stijgende aantal vergoedingen die zij moeten uitbetalen als gevolg van de golf piratenaanvallen. Daarom zullen zij bepaalde regio’s bestempelen als risicogebieden en hogere premies aanrekenen. Wil jij als rederij door dat gebied blijven varen, dan zit er niets anders op dan maatregelen te nemen om aanvallen tegen te gaan. Enkel zo kunnen zij die premies weer laten zakken.'
In de NAVO-schepen die door het gebied patrouilleren en zo de piraterij proberen tegen te gaan, ziet Somers geen graten. Hij wijst erop dat hun aantal in vergelijking met het aantal scheepsbewegingen en de oppervlakte van het te controleren gebied, zodanig klein is dat zij nooit efficiënt kunnen controleren.
Een oplossing daarvoor bestaat erin zones af te bakenen en de schepen te verplichten die zones te gebruiken. Op die manier beperk je het gebied dat je veilig moet houden, maar de bereidheid van de rederijen daartoe is volgens Somers zo goed als nihil. 'De meeste rederijen denken nog altijd dat piraterij een ver-van-hun-bedshow is en dat hen dat toch niet zal overkomen. Maar ze vergeten dat als je veel door een risicogebied vaart, de kans op een kaping toeneemt.'
Een andere mogelijkheid om piraterij tegen te gaan is een geconcerteerd militair optreden, maar ook dat blijkt niet zo evident. Want hoewel de thuishaven van de piraten bekend is, kan die niet zomaar gebombardeerd worden omdat ook de gekaapte schepen - sommigen ervan gevuld met olie - daar op hun vrijlating liggen te wachten.
Niet uit te roeien
Eduard Somers gelooft eigenlijk niet dat de piraterij volledig uit te roeien is. 'Zeker in Zuidoost-Azië en de westkust van Afrika, ter hoogte van Nigeria, zal dat een probleem blijven. Daar proberen mensen al eeuwenlang op die manier te overleven en tracht men er al eeuwenlang iets aan te doen. In het ene geval lukt dat al beter dan in het andere, maar in echt uitroeien geloof ik niet.'
In Somalië ziet hij de situatie wel veranderen omdat die regio nu volop in de kijker loopt. Maar wil men het risico vermijden dat de piraten zich gewoon verplaatsen, dan moet in de eerste plaats de situatie in Somalië zodanig verbeteren, dat er geen nood meer is om zulke acties te ondernemen. 'Dat is uiteraard een werk van lange adem en zal alleen effect hebben als er ook acties op lange termijn komen.'
Tenslotte wijst Eduard Somers er nog op dat de grootste moeilijkheid ligt in het bestraffen van de piraten. In het Internationale Zeerechtverdrag van 1982 werd immers wel een universele rechtsbevoegdheid vastgelegd voor piraterij, maar werden ook criteria opgelegd om een misdaad als dusdanig te benoemen.
'Er is pas sprake van piraterij als er een gewelddadige, illegale actie op volle zee heeft plaatsgevonden, waarbij ten minste twee schepen betrokken zijn en de daders een persoonlijk doel voor ogen hebben. Die definitie is zo strikt dat heel wat misdrijven door de mazen van het piratennet glippen. Ik wil niet beweren dat er daardoor een soort straffeloosheid ontstaat, maar wel dat de piraten niet echt een groot risico lopen om bestraft te worden. Bovendien hangt die straf ook nog eens af van het land dat hen berecht. Komen de piraten in West-Europa terecht, dan komen ze er meestal vanaf met een gevangenisstraf. Maar in China zijn er nog elk jaar piraten die hun daden met hun leven bekopen', besluit hij.
Themawetboek Transportrecht
Het vervoer van goederen en personen is niet alleen een economisch zeer belangrijke sector, maar ook een relatief gespecialiseerde sector, met specifieke nationale en internationale wetgeving. In die optiek lag een ThemaWetboek voor deze materie dan ook voor de hand.
Het ThemaWetboek Transportrecht biedt in twee delen een zeer uitgebreide selectie van nationale, Europese en internationale wetgeving.

Een uitgebreide beschrijving vindt u hier.
BALANS Report
Managing systems in a sustainable way has become one of the key considerations in environmental policy over the last decade. Applying sustainable management on the Belgian part of the North Sea (BPNS) is one of those challenges. It becomes clear however that a sustainable management of the BPNS faces a number of uncertainties, environmental complexity and an intense interaction between uses and their ecological impacts. Still, policy and decision makers and the users themselves, demand advice on how to manage the system in order to safeguard it and therefore themselves from deterioration in the future.
The BALANS project and the resulting report reflects a first attempt to create an instrument that allows for different policy choices to be weighed against each other.
Download the report and the annex
ECOSONOS report
The objective of this study is to quantify an estimate of ship’s aerial emissions in the
Belgian part of the North Sea, including the 4 most important Belgian ports: Antwerp,
Ghent, Ostend and Zeebrugge and this for the period from April 2003 to March 2004.
This quantification gives an overview of ship’s aerial emission of CO2, SO2 and NOx
and can be used as an input to the discussions on regulating shipping emissions in
the framework of combating air pollution and climate change.
The ECOSONOS final report can be downloaded here
lees verder
SUMANOS BOEK
De SUMANOS publicatie 'Science and Sustainable Management of the North Sea: Belgian case studies' is beschikbaar. Het boek bundelt bijdragen van de SUMANOS hoofdprojecten en de gemeenschappelijke output van de SUMANOS inspanningen van alle partners. Deze publicatie is te beschouwen als een belangrijke verwezenlijking van de cluster. Voor meer informatie zie 'lees verder'.
Details:
'Science and Sustainable Management of the North Sea: Belgian case studies'
Jan-Bart Calewaert & Frank Maes (eds.)
2007, 326 p + cd rom
Publicatie te bestellen via:
Academia Press, Eekhout 2 - 9000 Gent
Tel. 09/233 80 88 - Fax 09/233 14 09
Info@academiapress.be

lees verder
Rama report
The main goal of this project is to carry out risk analysis of relevant and credible incidents with environmental damage to the Belgian Part of the North Sea, the coast or the beaches due to human activities. Specific objectives are: comparison of methodologies used; identification, analysis, quantification and classification of relevant risks; proposals for preventative and mitigating measures.
Risk analysis of Marine Activities in the Belgian Part of the North Sea (RAMA) : final report Le Roy, D. - Maes, F. Brussels : Belgian Science Policy, 2006 (SP1628) [download]
Examination and proposals for improvement of existing contingency plans : annex to the final report (Risk analysis of marine activities in the belgian part of the North Sea) Brussels : Belgian Science Policy, 2006 (SP1674) [download]
Eind rapport: Verhandelbare emissierechten in het klimaatbeleid : een inventarisatie van de juridische aspecten
Tijdens het voorbije decennium is het klimaatbeleid van de mondiale milieupolitieke agenda doorgestoten naar de andere beleidssectoren zoals energie, transport en economie. De toenemende dagelijkse beleidspraktijk en -uitvoering bereikt geleidelijk aan onze Vlaamse huiskamers. De aanvankelijk exotische afstandelijkheid van het woord Kyoto krijgt steeds meer een duidelijke en praktische financiële connotatie. De opgang van het instrument emissiehandel in het klimaatbeleid is onmiskenbaar een bijzonderheid.
Dit rapport probeert een overzicht te verschaffen van een aantal juridische aspecten die van belang waren en zijn, niet enkel bij de invoering van een emissiehandelsysteem maar zeker ook bij de verdere uitwerking en toepassing ervan. De inventarisatie is gestoeld op een analyse van de relevante internationale en Europeesrechtelijke regelgeving en is in hoofdzaak beschrijvend.
Nieuw rapport: Naar een markt voor verhandelbare lozingsrechten?
Een verkennend onderzoek naar de juridische inpasbaarheid en de vormgevingsaspecten van verhandelbare emissierechten of emissiereducties voor oppervlaktewaterlozers als innovatief milieubeleidsinstrument in het Vlaamse Gewest.
download
lees verder



